Wie begint de partij en hoe?

Bij het recreatief biljarten wordt vaak in onderling overleg bepaald wie er begint. En als een wedstrijdleider van een vereniging wedstrijden uitschrijft geeft deze vaak op het wedstrijdformulier al aan wie er moet beginnen.

In officiële wedstrijden wordt met een keuze-trekstoot*) bepaald wie als eerste van start gaat. Aan de korte kant van de tafel worden beide witte ballen klaar gelegd. De spelers staan daar naast elkaar en stoten gelijktijdig hun bal rechtdoor naar de andere band. De bal kaatst terug en degene waarvan de bal het dichtst bij de korte band tot stilstand komt, mag kiezen wie er gaat beginnen. Dat kan van belang zijn. Een aanvallend ingestelde speler zal vaak zelf beginnen om al direct en dus ook psychologisch, een voorsprong te kunnen nemen. Een ander (zoals ik) geeft de aanvangsstoot liever weg, laat dus de tegenstander beginnen en wacht af wat er op de tafel voor hem achterblijft. Hij heeft dan aan het eind van de partij nog een speelbeurt te goed als de eerste speler ook het eerste uit is. Dat kan nog tot een remise leiden. Is hij zelf eerder uit dan is de partij ten einde.

Nog iets officieels. De arbiter is de baas. Begint de wedstrijd dan mag een speler de wedstrijdballen niet meer met de hand aanraken. Anders volgt er een foutmelding in verband met touché (= ongeoorloofde aanraking van de bal). Dat mag nog wel in de 3 minuten inspeeltijd waarop men recht heeft voor de wedstrijd begint. Daarna legt de arbiter de witte ballen op de benedenacquits en de rode bal op de bovenacquit (merktekentjes op het laken). De eerste speler begint (“gaat van acquit”) en de acquitstoot moét altijd gaan met de speelbal eerst naar rood en pas dan naar de andere witte bal. Beide geraakt? Dan een punt gescoord en verder gaan met de beurt. Gemist? Dan gaat speler 2 verder met de positie die dan op tafel ligt en die mag dan zowel van wit als van rood spelen. De partij is begonnen.

 (wordt vervolgd met: 3 Moyenne en caramboles)

 

Voor de keuze-trekstoot worden de 2 witte ballen gelegd op de denkbeeldige rechte lijn die getrokken kan worden door de 3 onderste acquit-stippen (op de foto genummerd met 1a, 2 en 1b). En dan ook nog links en rechts ongeveer halverwege de buitenste stip en de band. Daardoor is er voldoende ruimte voor de 2 spelers om staande naast elkaar de trekstoot te kunnen maken. Na de stoot dient de bal zo dicht mogelijk bij de onderste korte band terug en tot stilstand te komen.

Voor de eerste stoot van de wedstrijd (acquitstoot) worden de ballen als volgt gelegd: De rode bal op de bovenste midden-acquitstip (3), de speelbal voor de beginnende speler op 1 a voor een rechtshandige speler en desgewenst op 1 b voor een linkshandige speler en de gemerkte bal (met de stip) op de onderste midden-acquit (2). De eerste afstoot dient altijd te gaan met bal 1 naar 3 en dan naar 2. Dus bal 1 dient in die volgorde beide ballen te raken om 1 punt (carambole) te scoren.

Voor iedereen die zich nu al verder wil verdiepen in de biljartsport en meer specifiek in het carambole-biljarten, is o.a. de website van de KNBB (de Bond) een aanrader https://www.carambole.nlalsook www.bommeltje.nl(wetenswaardigheden/techniek)

*) Trekstoot is hier bedoeld in de zin van het oudhollandse sprietje trekken (= aan het langste eind trekken = toss gewonnen). Andere reacties, vragen en/of aanvullingen op bovenstaande tekst zijn altijd van harte welkom op mijn mailadres vanacqui@xs4all.nl

 (© AvA)